Kaasweetjes

Kaasweetjes

Nederland(-ers) en kaas zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Naast dat het heerlijk is om te eten, is er enorm veel over kaas te vertellen. Wij hebben in ieder geval alvast een paar kaasweetjes en spreekwoorden voor je op een rijtje gezet.

Wist je dat…

  • Nederland meer dan 650 miljoen kilo kaas per jaar produceert en daarmee de vier na grootste kaasproducent ter wereld is? Niet gek voor zo’n klein landje, toch?
  • Nederland ruim 16 miljoen inwoners en 1,5 miljoen melkkoeien telt?
  • Op dit moment nog op ongeveer 300 boerderijen boerenkaas wordt gemaakt?
  • In de Noord-Hollandse weiden vooral de zogenaamd Holstein zwartbonte koeien grazen? Dat zijn echte magere melkkoeien die van oorsprong uit Nederland komen.
  • Koeien die de officeel erkende weidemelk geven ten minste 120 dagen per jaar, vanaf het voorjaar tot aan het najaar minimaal 6 uur per dag in de wei staan?
  • Voor 1 kilo kaas is 10 liter koeienmelk, 9½ liter geitenmelk of 6 liter schapenmelk nodig is?
  • De melk van koeien die uien hebben gegeten wordt afgekeurd om kaas van te maken?
  • ‘Biest’, de eerste melk van de koe nadat ze heeft gekalfd, boordevol antistoffen zit, die, net als moedermelk, helpen bij de ontwikkeling van de immuniteit?
  • April/mei de periode van de Nederlandse graskaas is? Deze kaas wordt gemaakt van de melk van koeien die na een lange winter voor het eerst weer in de wei lopen en het lentegras eten.
  • Kaas op houten planken wordt bewaard omdat hout het vocht opneemt van de zwetende kaas?
  • Hoe langer de rijping, hoe meer aders en hoe intenser de smaak van blauwaderkaas is?
  • Kaas met gaten ontstaat door gasvorming in de kaas onder invloed van specifieke melkzuurbacteriën? Die zorgen ook voor de lekkere smaak en het typische aroma van kaas.
  • De smaak van kaas ook wordt bepaald door wat de koeien eten?
  • Het vetgehalte van kaas meestal wordt aangeduid met een cijfer en een plusteken? Bijvoorbeeld 48+, 30+, 20+. Dat betekent dat het percentage vet aangeduid wordt per 100g droge stof en niet per 100g kaas. Kazen tot 20+ zijn mager, kazen van 20+ tot 40+ zijn light.
  • Nederlanders echt van kaas houden? Gemiddeld wordt er zo’n 17 kilo kaas per persoon per jaar gegeten.
  • De meeste kaas nog steeds op brood wordt gegeten?
  • Kaas eten de tanden tegen cariës (tandbederf) beschermt? Zowel de eiwitten aanwezig in kaas als calcium zouden hierin een rol spelen. Een stukje kaas na de maaltijd is dus nog niet zo slecht bedacht door de Fransen. Dit mag echter geen reden zijn om extra kaas te gebruiken. Pas het in je voedingspatroon in om te vermijden dat je totale vetinname te hoog wordt en weet dat kaas eten het dagelijkse poetsen van de tanden zeker niet kan vervangen.

 

Spreekwoorden met kaas

  • Ergens (geen) kaas van gegeten hebben – Ergens (niets) van afweten
  • Een harde man op een stuk weke kaas – Hij lijkt grof, maar heeft een goede inborst
  • Hij laat zich de kaas niet van het brood eten – Opkomen voor iets
  • Dat is kaas voor hem – Precies wat hij wil
  • Aan de geur van de kaas herkent men de geit – afkomst kan je niet verbergen
  • Ergens kaas aan hebben – er maling aan hebben
  • De boter en de kaas te dik gesneden hebben – te veel verteerd hebben

 

Hoe is de scheldnaam “Kaaskoppen” ontstaan?

Toen Napoleon ons land veroverde had hij een groot leger. Deze soldaten werden betaald vanuit Frankrijk. Zij ontvingen ‘soldij’. In Nederland werd door het Franse leger belasting geheven om deze soldaten te betalen. De glorietijd van Napoleon bleek niet eeuwig te zijn en toen de zaken slechter gingen werden de Franse soldaten in Nederland niet meer betaald.

Het oog van deze soldaten viel al snel op de boerderijen van het Nederlandse platteland. De boeren konden goed leven van de rijkdommen van het land en vooral in de omgeving Gouda en Bodegraven lagen de schuren vol met goudgele kazen. De Franse soldaten kregen hier ook lucht van en gingen regelmatig op rooftocht. De boeren wilden zich verdedigen maar hadden daar de middelen niet voor.

Totdat de boeren ontdekten dat de kaasvaten meerdere doelen konden dienen. Deze vaten, van oorsprong gedraaid uit wilgenhout, werden eerst alleen gebruikt voor het maken van de kaas. De boeren kwamen echter op het idee dit kaasvat te gebruiken als helm. De boeren stopten er stro in en een doek om het dragen van zo’n harde kaaskop wat te veraangenamen. Daarnaast bevestigde men er een leren bandje aan voor onder de kin. Soms werden de kaaskoppen nog extra beveiligd met behulp van ijzeren banden. Met een hooivork in de hand en een kaasvat als helm bleken de boeren een geduchte tegenstander en konden ze het plunderen op hun boerderijen een halt toeroepen. Zo is de scheldnaam ‘kaaskoppen’ ontstaan.

De kaasvaten die de boeren op hun hoofd hadden en de vechtvorken zijn te zien in het Kaasmuseum in Bodegraven.