Soorten Melk
In winkels en marktkramen over de hele wereld liggen duizenden
kaassoorten naar ons te lonken. Of ze nu rimpelig en schimmelig,
glad en goudgeel, oranje of spierwit zijn en sterk of subtiel
ruiken, ze heten allemaal kaas en hebben elk hun eigen vorm, smaak
en textuur, variërend van gewoon tot heel bijzonder. Toch zijn ze
allemaal van dezelfde grondstof gemaakt: MELK. Hoe kan zo'n
eenvoudig basisproduct zo'n verscheidenheid aan producten
opleveren.
De verschillende melksoorten
Ten eerste maakt het verschil van welk dier en welk ras (rund,
schaap, geit) de melk afkomstig is. Wij kennen de volgende
melksoorten:
Hollandse koemelk
Lichtzoet, mild en subtiel van smaak (NH, HB en Friese
kaas).
Ook daar zit weer een verschil in ras. Guernsey koemelk is
bijvoorbeeld vol en lichtgeel met grotere vetbolletjes dan de
meeste andere soorten en smaakt voller en zachter.
Waterbuffelmelk
Ivoorwit, aards en nootachtig van smaak (Mozzarella).
Schapenmelk
Mild, zoeter dan koemelk en heeft een ondertoon van
gebraden lam en lanoline. Deze smaak wordt kenmerkender naarmate de
kaas langer rijpt (Pecorino).
Geitenmelk
Mild met een lichte aromatische ondertoon. Als de melk
verkeerd behandeld wordt, barsten de microscopische vetbolletjes in
de melk en verspreiden ze hun inhoud. De melk krijgt een
onaangename bittere ''geitenbok'-smaak. Met zorg behandelde melk
(de vetbolletjes breken dan geleidelijk af) geeft een goede smaak
aan de geitenkaas; aromatische oliën van dragon, tijm, of marjolein
tegen een ondergrond van frisse, droge, witte wijn.
In sommige landen maakt men kaas van de melk van lama's, kamelen
of zelfs rendieren. Het product krijgt zo weer een hele andere
dimensie.
De planten, grondsoorten en seizoenen
Net zo belangrijk is wat de dieren eten; vers gras, wilde
klaver en ongerepte weiden of krachtvoer, kuilvoer, rapen en
stro.
Hollandse koeien geven misschien minder melk dan dieren die op
welige, groene weiden grazen of een zorgvuldig uitgebalanceerd
dieet van droog voer en vitaminen krijgen, maar de melk die ze
produceren is vol, dik en geconcentreerd van smaak. Echter, er gaat
niets boven het verse groene gras. Dat maakt de kaas lekkerder en
gezonder.
Dieren die hun eigen verse groenvoer zoeken en niet afhankelijk
zijn van hun eigenaren, hebben ook de seizoenen welke invloed
hebben op de smaak en zelfs de textuur van de kaas. De jonge
grassen in de lente zijn zoet, zacht en sappig (denk aan
Graskaas).
In de vroege zomer is er veel variatie in eetbare planten en
vanaf de langste dag wordt de grond droger en overleven alleen
sterke grassen.
De herfstregens brengen een nieuwe oogst van jong groen met zich
mee, waarmee veel dieren op stal gaan en 's winters dus afhankelijk
zijn van het hooi dat de boer heeft gemaaid. Daarnaast is ook de
bodem en grondsoort van een streek van invloed op de smaak van de
melk en kunnen zelfs bepalend zijn voor de soorten kaas die men er
van maakt. Er groeien andere grassen op klei dan bijvoorbeeld op
kalksteen. Die verschillende grassen nemen verschillende mineralen
op, die stuk voor stuk een klein, maar onmiskenbaar effect op de
smaak van de melk hebben. Maar ook regen, vocht en de temperatuur
zijn bepalende factoren voor wat er in bepaalde streken groeit en
welke dieren er kunnen leven.